Wie is Célestin Freinet en waarvoor staat hij?

Op 15 oktober 1896 wordt Célestin Freinet geboren in het Franse Gars uit een kleine landbouwersfamilie. Hij studeert voor onderwijzer in Nice. In 1919 wordt hij benoemd als onderwijzer te Barsur-Loup,een klein dorpje in zijn geboortestreek. Daar komt hij terecht in een overvolle klas. Zijn leerlingen zijn niet gemotiveerd en onverschillig. In zijn klas vindt Freinet ook erg weinig leermateriaal. Hij komt tot de ontdekking dat veel van wat hij tijdens zijn opleiding heeft geleerd niet blijkt te werken nu hij effectief voor de klas staat. De kinderen zijn vooral geboeid door dingen die buiten de klas gebeuren, naar school gaan vinden zijn maar vervelend.

Célestin Freinet legt dan aan zijn klasgroep het volgende revolutionaire voorstel voor: “Als we de klasdeur eens achter ons dichtdoen en de wereld in trekken, te beginnen hier in de buurt?” Daar waren zijn leerlingen direct voor te vinden! Sinds die dag trekken Célestin Freinet en zijn leerlingen geregeld samen de natuur in en bezoeken zij bedrijfjes in het dorp. Daarnaast laat hij de kinderen in de klas aan de slag gaan met de ervaringen die zij tijdens die momenten hebben opgedaan.

Door er onderling over te praten, wordt iedere gebeurtenis voor de leerlingen echte, doorleefde kennis. Met die kennis schrijven de leerlingen dan teksten en voeren zij onderzoeken en enquêtes uit. Dit heeft tot gevolg dat de kennis en de vaardigheden weer verder groeien op andere terreinen. Het wordt al snel duidelijk dat de motivatie en de resultaten van de leerlingen in de klas van Freinet, pijlsnel de hoogte in schieten. Freinet stelt op die manier vast dat het gewone klassikale onderwijs erg ver afstaat van wat de kinderen echt bezig houdt en hij is er van overtuigd dat veel tijd verloren gaat in de schoolbanken.

Als je de individuele ontwikkeling en de leefwereld van ieder kind centraal stelt, dan moet het onderwijs drastisch omgevormd worden, zo meent hij. Hiertoe ontwikkelt Freinet een aantal technieken. Daarover leest u verder meer.

Het loopt echter niet allemaal van een leien dakje voor Célestin Freinet. Zijn ideeën worden niet zomaar klakkeloos aanvaard. Hij krijgt een flinke portie tegenwind te verwerken. Maar na de oorlog in 1945, keert het tij. De overheid erkent dat Freinetscholen betere resultaten boeken en dat de kinderen duidelijk zelfstandiger en mondiger worden.

In 1948 wordt L’Institut Coopératif de l’Ecole Moderne (I.C.E.M.) opgericht.

In 1966 sterft Freinet. Zijn vertrouwen in kinderen en zijn geloof in een leefbare wereld hebben veel onderwijsmensen in sterke mate geïnspireerd.

Momenteel wordt het Freinetonderwijs in bijna alle  landen officieel erkend en gesubsidieerd. Ook in België. Bovendien is er wereldwijd een Freinetbeweging actief waarbij alle Freinetscholen zich kunnen aansluiten. Ouders en leerkrachten vinden er de nodige ondersteuning en ideeën om de eigen school verder uit te bouwen.

Op zijn tijd ver vooruit…

Wanneer wij de ruime hervormingen op onderwijsgebied in acht nemen, kunnen wij alleen maar vaststellen dat de ideeën en waarden waar Freinet voor staat steeds meer en steeds verder doordringen in het onderwijs van vandaag. Een heel belangrijk punt wat ons daartoe doet besluiten is de invoering van eindtermen en ontwikkelingsdoelen.

Scholen hebben een zekere autonomie in hun werking en iedere school moet de ontwikkelingsdoelen nastreven en de eindtermen bereiken. In deze ontwikkelingsdoelen en eindtermen, die opgelegd zijn vanuit het ministerie, vinden wij een duidelijke vertaling van het gedachtengoed van Freinet. Dit kunnen wij aantonen door het belang dat in deze doelen wordt gehecht aan het aansluiten bij de leef-en belevingswereld van kinderen, het inbedden van leerstof in realistische contexten, de nadruk die gelegd wordt op sociale en emotionele ontwikkeling, de aandacht die uitgaat naar het leren leren, het leren zoeken, vinden en gebruiken van informatie, …

Termen die in het onderwijs van vandaag ook een duidelijke plaats krijgen, zijn welbevinden en betrokkenheid. Volgens deskundigen kunnen kinderen maar iets leren op het ogenblik dat ze zich goed voelen in de klas en dat ze betrokken zijn op de aangeboden leerstof. Waar kan een kind zich beter voelen dan in een klas waar hij of zij centraal staat, waar hij of zij telt? Op welke leerstof zal een kind meer betrokken zijn dan op de leerstof die hij of zij zelf aan bod brengt?

Met het voorgaande in het achterhoofd durven wij stellen dat de huidige en moderne tendensen binnnen het onderwijs meer dan voldoende gerealiseerd worden binnen het Freinetonderwijs.